Reinhold Deymann met eerste lading kolen naar Schmehausen

0
(foto Media Creators)

Reederei Deymann uit Haren heeft het koppelverband Reinhold Deymann in de vaart gebracht. Het schip is door zijn bouwwijze geschikt voor de Duitse kanalen en vervoert kolen van Rotterdam naar de energiecentrale van RWE in Schmehausen aan het Datteln-Hamm-kanaal.

De Reinhold Deymann, afgebouwd bij Concordia Damen, is vorige week na een geslaagde proefvaart begonnen aan de eerste reis. Hij neemt op de West-Duitse kanalen bij een diepgang van 2,50 meter 2.950 ton kolen mee. Met een breedte van 9,60 meter past hij door de sluizen. “Licht gebouwd, niet te diep en te hoog en daarmee perfect voor de kanalen”, zegt Martin Deymann, directeur-eigenaar van de rederij, over de nieuwbouw.

De Reinhold Deymann is ondanks de energietransitie en de onzekere toekomst van kolencentrales in Duitsland een toekomstbestendige investering. “Er worden tegenwoordig nagenoeg geen nieuwe schepen meer gebouwd voor de kanalen, maar we blijven ze wel nodig hebben. De bestaande kanaalvloot veroudert snel. Naast kolen kan de Reinhold Deymann ook andere droge lading, bulk en containers (240 TEU) vervoeren. Hij is zelfs geschikt voor reefers. We kunnen met dit koppelverband doorvaren tot in Maagdenburg.”

Gevarieerde vloot

Met de Reinhold Deymann erbij beschikt de rederij over een vloot van circa veertig schepen voor het vervoer van droge lading, containers en tankvaartproducten. De spreiding van de activiteiten geeft rust, zeker nu ook het binnenvaartvervoer door COVID-19 onder druk staat.

Deymann: “Een lastige situatie. Het is moeilijk in te schatten hoe de markt zich gaat ontwikkelen, maar ik blijf hopen dat het volgend jaar weer beter gaat. Wellicht gaan we wat minder import en export en meer binnenlands vervoer doen. De containervaart heeft het de laatste maanden lastig gehad, maar trekt inmiddels weer aan. In de droge lading is het momenteel erg moeilijk.”

Martin Deymann, sinds dertig jaar in de binnenvaart actief, blijft er kalm onder. “Ik heb al de nodige pieken en dalen meegemaakt in deze sector. Juist daarom wedden we niet op één paard. We varen op de Rijn, de Noord-Duitse-kanalen, we zitten in de
chemie, containers en droge lading. Hierdoor kunnen we tegenvallers in het ene segment vaak in een ander segment compenseren. Zo heeft de tankvaart een paar mooie jaren achter de rug. Helaas gaat het momenteel wat minder.”

Voorzichtig groeien

De afgelopen jaren heeft Deymann geïnvesteerd in de uitbreiding van de vloot en activiteiten. Na de overname van de Seibert-groep (zeven containerschepen) in 2013 stapte de rederij vorig jaar in de bevrachtingsactiviteiten door de overname van Fluvia Tankrode in Hamburg.

“Qua investeringen maken we nu een pas op de plaats om daarna voorzichtig en met beleid verder uit te breiden. We willen onder meer investeren in Deymann Tankrode. Het Noord-Duitse kanalengebied is zeer belangrijk voor ons; we willen er onze positie verstevigen. Maar niet door massaal nieuwe schepen te bouwen, want de sector kampt al met overcapaciteit. Bovendien hebben we een mooie vloot van veertig jonge schepen met een uitstekende kwaliteit.”

Jongeren motiveren

“En we hebben ook een geweldig team”, vervolgt Deymann. “Vakkundige en loyale medewerkers zijn wellicht voor ieder bedrijf nog het allerbelangrijkste. Als rederij investeren we veel in opleiding. In principe wil ik ieder jaar twintig jongeren opleiden. Het zijn er op dit moment helaas slechts dertien. We vinden te weinig geschikte kandidaten met belangstelling voor onze sector. De verdiensten zijn uitstekend, maar de binnenvaart is in Duitsland te weinig bekend. Wat een slager of een timmerman doet, weet iedereen. Bij het beroep van stuurman of matroos kan men zich vaak weinig voorstellen.”

“Ik heb wel eens lessen over de binnenvaart gegeven in de groepen 8 en 9. Jonge mensen hebben er geen idee van wat binnenvaart­ondernemers doen. Dat is een groot probleem, en daar gaan we meer energie in stoppen. We zijn volop bezig om jongeren via social media te bereiken. We gaan ons ook meer laten zien op arbeidsmarktbeurzen voor de jeugd.”

Achterstallig onderhoud aan vaarwegen

Welke rol kan de overheid spelen om de binnenvaartsector te ondersteunen? Deymann: “Je kunt als sector niet verwachten dat de overheid je gaat redden door er extra lading bij te toveren. De markt moet zelf de broek ophouden. Zo is het altijd geweest. Maar de overheid moet wel aan de slag met het achterstallig onderhoud op de kanalen en rivieren. We varen met de Reinhold Deymann zeventig keer per jaar over het Wesel-Datteln-kanaal, waar de bolders op sluizen al ruim twee jaar niet meer mogen worden gebruikt en schepen voor het schutten handmatig worden vastgemaakt. Dat kan je eens een poosje zo oplossen, maar ik zou het onderhand wel wenselijk vinden als men die sluizen nu echt eens gaat moderniseren.”

“Het wordt ook tijd om op de kanalen grotere schepen toe te laten. Ze kunnen daar varen, maar wetgeving uit de jaren zestig verhindert dat dit ook gebeurt. Verder is versoepeling van de bemanningsregels nodig. Er kan op sommige schepen best met een mannetje minder worden gevaren zonder de veiligheid in het gedrang te brengen. Het zou ook een deel van de oplossing zijn voor het oplopende tekort aan personeel in de binnenvaart. Dus ja, de overheid kan wel degelijk wat doen om onze sector meer te ondersteunen.”

Meer over Reederei Deymann is te vinden op Facebook, Instagram en LinkedIn.

tekst: Sarah De Preter
Article bottom ad

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.