Klimaatverandering vraagt ook van binnenvaart korte- en langetermijnmaatregelen

0
Aletschgletsjer
De Aletschgletsjer is de grootste gletsjer van Zwitserland en door zijn omvang relatief immuun voor klimaatveranderingen. Toch is de dikte sinds 1870 al met 100 meter afgenomen. (foto Chris van Loon)

De invloed van het klimaat op water en rivieren is groot. Door de opwarming van de aarde moeten we nadenken over de oorzaken, gevolgen, de maatregelen die we moeten nemen en ons gedrag veranderen.

H2O: water. Bron van leven op aarde. 97 procent is zout en bevindt zich in oceanen en zeeën. Nog geen 3 procent is zoet water, vooral opgeslagen in ijskappen en gletsjers en voor een klein gedeelte in rivieren, meren, bodem en atmosfeer. In vloeibare vorm is het nodig voor ons voedsel, is het belangrijk voor onze economie, wordt het gebruikt voor transport en recreatie, is het een inspiratiebron voor kunstschilders, dichters en componisten. Het maakt onze planeet uniek, leefbaar en mooi.

Water kan echter ook een vijand zijn: bedreigend vanuit zee, als storm en springtij zich verenigen en het land en bewoners bedreigen. Of als door tektonische activiteit een schokgolf diep in de oceaan een tsunami doet ontstaan en kustbewoners verrast. Het gevaar kan ook van de andere kant komen: langdurige regen op verzadigd land en smeltende sneeuw kunnen kolkende rivieren veroorzaken die op kwetsbare plekken alles meenemen in hun verwoestende stroom. De recente gebeurtenissen in Europa en Azië zijn daar voorbeelden van. Deze verschijnselen lijken de laatste decennia ernstiger vormen aan te nemen.

Klimaatverandering

Het klimaat is het modale weer over een bepaalde periode. Meestal wordt over het gemiddelde van dertig jaar gekeken naar temperatuur, luchtdruk, vochtigheid, bewolking, wind en neerslag. Veruit de meeste klimaat- en aardwetenschappers stellen dat het klimaat verandert doordat de aarde opwarmt en dat de mens hier een significante rol in speelt.

Door de toenemende gemiddelde temperatuur op aarde ontstaan wereldwijd verschuivingen; aan de ene kant worden gebieden droger en warmer, elders wordt het natter en gematigder. De atmosfeer kan meer vocht bevatten en in warme gebieden wordt de kans op bosbranden groter. Prof. dr. Walter Immerzeel, hoogleraar Mountain Hydrology aan de Universiteit Utrecht, onderzoekt met zijn team de cyclus van gletsjers en rivieren in het hooggebergte en de invloed van klimaatverandering hierop. Hij leidde meerdere expedities naar de Himalaya voor onderzoek, dat zich ook richt op het vergaren van kennis over de impact op het benedenstroomse gebied en op de bewoners ervan.

De gevolgen van de veranderende omstandigheden zijn zichtbaar en meetbaar. Bovendien is hij van mening dat het akkoord van Parijs uit 2015, waarin afgesproken is om de opwarming tot 2 graden te beperken, aan het eind van deze eeuw heel ambitieus is. “Realistisch is een toename van 3 à 4 graden”, aldus Immerzeel.

Nog extremer

De klimaatverandering heeft voor het hooggebergte en de aangrenzende regio’s grote gevolgen. Op de vraag hoe realistisch het is dat 30 tot 50 procent van de gletsjers in het jaar 2100 is verdwenen zegt hij: “Die 30-50 procent geldt voor de Himalaya. In de Alpen is het nog extremer. De verwachting is dat rond 2050 50 procent van het ijsvolume verdwenen zal zijn en rond het eind van deze eeuw meer dan 90 procent in het meest extreme scenario. De hoeveelheid smeltwater neemt af met dezelfde orde van grootte.”

In het hooggebergte zal minder sneeuw en meer regen gaan vallen. “Door de opwarming kan de atmosfeer meer vocht vasthouden waardoor de hydrologische cyclus wordt versneld en het meer gaat regenen. Als er echter geen sneeuw of gletsjers meer zijn, komt dus elke regendruppel die valt veel sneller in de rivier. Dit kan leiden tot overstromingen”, zegt Immerzeel.

Ingrijpende gevolgen

Op de vraag waarom gletsjers in het Alpengebied relatief snel wegsmelten, zegt hij: “De Alpen warmen niet sneller op, maar het massief is kleiner en er ligt minder sneeuw en ijs opgeslagen dan in grotere bergketens zoals de Himalaya. Kleinere gletsjers zijn gevoeliger voor klimaatverandering.”

Als deze ijsmassa’s zich terugtrekken, blijven er vaak puin, permafrost en los materiaal achter, wat een gevaar kan opleveren in de vorm van lawines en aardverschuivingen. Ook door langdurige regen en bodemverzadiging kan een aardverschuiving plaatsvinden, zoals in januari dit jaar in Noorwegen.

In tijden van hevige regenval zijn de gevolgen dus ingrijpend, maar ook in langere periodes van droogte kunnen er aanzienlijke problemen ontstaan. Denk aan de beperkende invloed op het scheepvaartverkeer of aan de landbouw, de mogelijkheid om de akkers voldoende te kunnen beregenen kan worden beperkt of verboden. Dijken kunnen verdrogen en daardoor verzwakken.  Ook de energievoorziening kan gevaar lopen als centrales geen koelwater kunnen of mogen lozen. Bij elkaar opgeteld zal de impact op de economie, het openbare leven en het algemene welzijn groot zijn.

Over de vraag wat er op de lange termijn moet gebeuren om de gevolgen van de klimaatverandering tegen te gaan of in ieder geval zoveel mogelijk af te remmen, is de hoogleraar kort: “Stoppen met het uitstoten van broeikasgassen is het meest belangrijk, evenals het tegengaan van erosie door ontbossing.”

Rheinfall
Via de ‘Rheinfall’ in Schaffhausen stroomt ‘s zomers 600 kuub water per seconde de Rijn in. (foto Chris van Loon)

Dammen en dijken

Al sinds de oudheid wapent de mens zich tegen het water én probeert men het water vast te houden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwen van dijken en het graven van kanalen in Mesopotamië, Egypte en China. In Friesland en Groningen bouwde men terpen: kunstmatige heuvels om droge voeten te houden. Na het begin van onze jaartelling toonden de Romeinen zich zeer kundige waterbouwers, ook in onze lage landen.

Weer later werden maatregelen genomen die herhaling van gebeurtenissen als de drie Sint-Elisabethsvloeden in de 15e eeuw en de watersnoodramp van 1953 moesten voorkomen. Wereldwijd bekend zijn de inpolderingen van grote stukken land als de Wieringermeer en de Flevopolders na de aanleg van de Afsluitdijk in de 20e eeuw. De Deltawerken zijn zo mogelijk een nog duidelijker symbool van de strijd tegen het water.

Veel landen in de wereld moeten zich nu voorbereiden op de risico’s van het veranderende klimaat en de inrichting hierop aanpassen. Uit deze klimaatadaptatie vloeit de noodzaak voort tot het bouwen van dammen en dijken en het graven van kanalen op veilige plaatsen om toekomstbestendig te zijn.

In Nederland zijn er projecten als ‘Ruimte voor de Rivier’ en de ‘Maaswerken’ om overtollig water gereguleerd af te voeren. Ook wordt nagedacht over het juist langer vasthouden van water in de overloopgebieden als buffer voor droge periodes. Het zo veel mogelijk laten meanderen van rivieren is gunstig omdat het water dan minder hard stroomt, een langere weg aflegt en de oevers minder erodeert. Voor de scheepvaart is dit echter juist niet wenselijk.

Rijn

De Rijn is van oudsher een druk bevaren transportader. Door slinkende gletsjers in de Alpen verandert de Rijn steeds meer van een gemengde in een regenrivier. Het karakter wordt onvoorspelbaarder. Scheepvaart, overslagbedrijven, verladers, waterbeheerders en overheden staan voor de grote uitdaging om te anticiperen op grillig verlopende waterstanden.

Om de continuïteit van het vervoer over water te waarborgen worden scheepsontwerpen ontwikkeld die meer lading kunnen vervoeren bij een geringere waterstand. Wanneer ook de aandrijving van deze schepen duurzaam is, wordt gewerkt aan oplossingen voor de korte én lange termijn en heeft binnenvaart nog steeds toekomst.

tekst: Chris van Loon

 

Article bottom ad

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.