- Advertentie -
- Advertentie -
HomeNieuwsHavens lobbyen voor beter investeringsklimaat industrie

Havens lobbyen voor beter investeringsklimaat industrie

- Advertentie -

Delen

Europa moet meer werk maken van het behoud van de industrie. Dat schrijven de topmannen van de havenbedrijven van Rotterdam, Antwerpen-Zeebrugge, North Sea Port en Duisburg in een gezamenlijk opinieartikel dat onder ander op hun websites is gepubliceerd. Ze doen dat aan de vooravond van een Europese top waar wordt besloten over strenger beleid voor de uitstoot door het bedrijfsleven.

Dit is het pleidooi van Boudewijn Siemons, CEO van Havenbedrijf Rotterdam, Daan Schalck, CEO van North Sea Port, Jacques Vandermeiren, CEO van Port of Antwerp-Bruges en Markus Bangen, CEO van Duisburger Hafen AG:

“Jarenlang domineerde de vraag wie de grootste is het gesprek tussen de havens. Tegenwoordig, als wij als CEO’s van de havenbedrijven van Antwerpen-Brugge, North Sea Port (Gent, Terneuzen en Vlissingen), Duisburg en Rotterdam om tafel zitten, gaat het niet meer over tonnen overslag. In plaats daarvan praten we over hoe we samen een duurzame toekomst voor de Europese industrie kunnen veiligstellen.

Aan de vooravond van de Europese top, deze woensdag en donderdag, roepen wij de Europese regeringsleiders op dat ook te doen en een oplossing te vinden voor de verslechterende positie van onze Europese industrie.

De maakindustrie in de driehoek tussen de Vlaams-Nederlandse havens en het Duitse Ruhrgebied is verantwoordelijk voor een groot deel van Europese productie. Bedrijven in chemie en staalindustrie zijn in de havens gevestigd vanwege de aanvoer van – nu nog grotendeels – fossiele, grondstoffen en energie. Dit zijn grote uitstoters, met een grote verantwoordelijkheid om hun CO2 -uitstoot snel te verminderen.

Het zijn echter óók de bedrijven die het mogelijk maken dat we in Europa elektronica, medicijnen en matrassen kunnen maken. Dat geldt evengoed voor windmolens, isolatiemateriaal en zonnecellen. De veelal internationale hoofdkantoren aarzelen nu of zij nog toekomst in Europa zien. Wij maken ons daarover grote zorgen; juist de industrie kan het verschil maken in het verduurzamen van onze samenleving.

Als havens willen we daarom het voortouw nemen om het investeringsklimaat voor de industrie in Europa te verbeteren, zodat bedrijven hier willen investeren in verduurzaming. Zo zijn de bedrijven in onze industriedriehoek letterlijk met elkaar verbonden, met een netwerk van buisleidingen. Zij werken samen, leveren grondstoffen aan elkaar en delen kennis. Als havens en industriële clusters passen we die ondergrondse infrastructuur aan op de grondstoffen en energie van morgen, zoals waterstof, zodat ook een duurzame industrie op dezelfde manier efficiënt kan blijven samenwerken. Dat betekent: samen plannen maken en investeren. En eerlijk is eerlijk, dat kunnen we soms nog vaker én beter doen.

Als huisbazen van grote industriële complexen willen we meer werken vanuit één gedeelde visie. De ruimte in havens is al schaars en duurzamere, bijvoorbeeld circulaire, productie vraagt om meer ruimte en soms (tijdelijk) om extra milieubelasting. We willen daarom samen onderzoeken welke activiteiten we in Europa echt nodig hebben. Waar is die ruimte beschikbaar, fysiek en de regels? Hoe zien onze havens en industrie er in 2050 uit, als deze klimaatneutraal zijn?

Een gezamenlijk antwoord geven op die vragen lukt alleen als ook onze overheden met een internationale blik naar de industrie kijken.

We vragen van de Europese regeringsleiders dat zij, net als wij, naast de industrie gaan staan. De energie-intensieve bedrijven kampen in Europa met veel hogere kosten dan in andere delen van de wereld, met bovendien complexere wet- en regelgeving. Daarnaast speelt mee dat de Verenigde Staten met de Inflation Reduction Act het voor bedrijven aantrekkelijk maakt om dáár te investeren in de noodzakelijke vernieuwing.

Als overheden daar niks tegenoverstellen, blijven investeringen in verduurzaming in Europa uit en verplaatst de industrie zich naar buiten Europa. Bestaande fabrieken hier worden dan zo lang mogelijk in bedrijf gehouden, terwijl ze verouderen en uiteindelijk worden stilgelegd. Dat betekent meer import van buiten Europa, met negatieve gevolgen voor het klimaat, onze strategische autonomie en welvaart.

Er gaan steeds meer stemmen op die zeggen: als er ook nog geld bij moet, zijn we de industrie misschien liever kwijt dan rijk. Wij begrijpen die aarzeling. Industrie geeft inderdaad overlast en zal niet van vandaag op morgen stoppen met het verbruiken van fossiele grondstoffen en het uitstoten van CO2. Dat vergt een transitie waarvoor ieders maximale inzet nodig is.

Wij hopen dat de industrie de kans krijgt om die transitie in Europa te maken. Zij vormt een cruciale poot onder onze havens, naast logistiek en de energiesector. Hiermee is ruim € 63 mrd aan toegevoegde waarde en ruim een half miljoen banen gemoeid. Bovendien maakt zij materialen die ook in de toekomst hard nodig zijn. Daarom is het belangrijk dat Europese regeringsleiders beleid voor klimaat en industrie laten samengaan, zoals onlangs door het Europese bedrijfsleven werd benadrukt in de Verklaring van Antwerpen voor een Europese Industriedeal. Laten we gezonde concurrentie behouden én onze samenwerking aan de energietransitie versterken.”

 

 

Delen

- Advertentie -

Meer

Laat een reactie achter

Vul uw opmerking in!
Vul je naam in

- Advertentie -
- Advertentie -

- Advertentie -
- Advertentie -