Advies na onderzoek fosfine-incident: protocol moet worden aangepast

0
Op de Fox werden veel te hoge waarden gemeten. (foto E.J. Bruinekool Fotografie)

Bij lading die ontsmet is met fosfinepillen zou de gassingsleider diepgaander onderzoek moeten doen na overslag in een binnenvaartschip. Bijvoorbeeld in de vorm van aanvullende gasmetingen aan boord van dat binnenschip. Schippers moeten voortaan ook beter worden geïnformeerd als losse pillen zijn gebruikt om lading te ontsmetten met gifgas in plaats van de veiliger sleeves (een soort kousen met daarin gifkorrels).

Hoewel het geldende protocol (plan van aanpak) uit de regionale Havenverordening is gevolgd en er niemand blaam treft, kon het toch verschrikkelijk fout gaan. Dus moet het protocol worden aangepast. Dat is een van de conclusies uit het rapport Evaluatie fosfine incident met het binnenvaartschip Fox. Dat onderzoek naar het incident met de Fox is uitgevoerd door de Onderzoekscommissie veiligheidsincidenten Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied (dat valt onder de Divisie Havenmeester Amsterdam).

Afgelopen december raakte het schippersechtpaar De Waardt van motorschip Fox doodziek door de te hoge concentratie fosfine (rattengif) in hun lading zonnebloemmeelpellets. Die lading kwam uit het zeeschip Smarta. Na gasmetingen werd de lading gasvrij gegeven, maar later bleken de gifwaarden aan boord veel te hoog. André en Vanessa de Waardt overleefden het ternauwernood.

Aanvullende meting

De aanpassing van het plan van aanpak uit de Regionale Havenverordening “kan betekenen dat diepgaander onderzoek door de gassingsleider wordt voorgeschreven in het geval van losse pillen, bijvoorbeeld met een aanvullende meting aan boord van het binnenvaartschip.” Een met ontsmettingsmiddelen behandelde lading die voldoende vrij wordt verklaard, moet ook daadwerkelijk voldoende vrij van ontsmettingsmiddel blijven.

Nu ligt de bevoegdheid in dit soort zaken bij de Inspectie voor Leefomgeving & Transport. Via de Wet vervoer gevaarlijke stoffen zou ook de Divisie Havenmeester mandaat moeten krijgen. Dan hebben de inspecteurs Gevaarlijke Stoffen & Milieu van de Divisie Havenmeester meer armslag om op te treden wanneer zeeschepen niet voldoen aan de richtlijnen.

Losse pillen

Meestal wordt fosfinegas toegepast in de vorm van aluminiumfosfide- of magnesiumfosfidekorrels, die gaan gassen als ze in contact komen met water uit de omgevingslucht. Die korrels zitten dan in zogeheten sleeves. Het aantal sleeves wordt vermeld en dus weet de gassingsleider hoeveel er uit de lading moeten worden gehaald. Zo kan er geen gif achterblijven.

Dat is niet het geval als losse aluminiumfosfide- of magnesiumfosfidepillen zijn gebruikt, zoals bij de lading die in het ruim van de Fox terechtkwam. Die pillen kunnen later alsnog hun werk gaan doen, ook nadat de meting veilige waardes heeft aangetoond.

“Indien de ontsmetting nog niet in werking is getreden blijft het ontsmettingsmiddel op deze manier aanwezig in het materiaal. Dit kan het gevolg zijn van een relatief korte scheepsreis, een te lage temperatuur onderweg, omdat er te weinig vocht bij de lading komt, waardoor het proces slecht of niet in werking is treedt of omdat het ontsmettingsmiddel is samengeklonterd, waardoor de werking van de stof langer duurt.” Daardoor kan de concentratie van het gif nog te hoog zijn. Hoger dan de kritische waarde van 0,1 ppm. In het ruim van de Fox werd later 15 ppm gemeten.

Voor de gevaren van losse pillen in de lading, waarbij niet met zekerheid vastgesteld kan worden dat de resten na overslag uit de lading zijn verdwenen, is nu geen specifieke aandacht in het plan van aanpak dat in de Amsterdamse haven geldt, staat in het rapport. “Het plan van aanpak gaat er vanuit dat als de waardes eenmaal onder de veilige concentraties zijn de lading vrij is van ontsmettingsmiddelen. In deze casus is echter gebleken dat de waardes weer kunnen oplopen als het ontsmettingsproces wederom op gang komt of als de gehele lading niet goed gemeten kan worden bij het gebruik van losse pillen.”

Niets over binnenschepen

Uit het onderzoek blijkt ook dat de regelgeving tekortschiet. De International Maritime Solid Bulk Cargoes Code (IMSBC-code) en de daarop gebaseerde regelingen en richtlijnen kennen regels voor het omgaan met ontsmettingsmiddelen. Deze code, opgesteld door de IMO, is de enige internationale regeling/richtlijn voor het omgaan met ontsmettingsmiddelen. Het is geen (internationale) wetgeving én de gaan allemaal over het ontsmetten van zeeschepen of de zich aan boord bevindende lading – niet over binnenvaartschepen. Ook de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Schepenwet en het ADN bevatten geen wetgeving over het omgaan met ontsmettingsmiddelen, en dan specifiek met fosfine.

De enige regels die in het Amsterdamse havengebied gelden, zijn die uit de Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied en het protocol (plan van aanpak). Daarin staat een meldingsverplichting voor schepen met lading die in het buitenland met ontsmettingsmiddelen zijn behandeld.

 

“Maatregelen gaan niet ver genoeg”

De ASV stelt in een eerste reactie verheugd te zijn dat de commissie voorstelt het protocol aan te passen. De maatregelen gaan de schippersvereniging echter niet ver genoeg. “Het is in ieder geval een opening tot een verbetering van de gang van zaken.” De ASV pleit onder meer voor afstemming op nationaal niveau.

“De aanvullende meting aan boord van het binnenvaartschip in geval van gebruik van pillen is een heel goede aanbeveling maar… wij vinden dat dat een standaardprocedure zou moeten zijn in alle gevallen waarbij dit soort ontsmettingsmiddelen worden gebruikt.”

“Prima voorstel om schippers altijd op de hoogte te stellen van het feit dat men lading ontvangt uit een schip waarbij de lading behandeld is met ontsmettingsmiddelen. Wij zouden zelfs een certificaat willen ontvangen waarop staat hoeveel er gemeten is van welke stof aan boord van het binnenvaartschip.”

 

Article bottom ad

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.