sleper Rotterdamse haven
(foto Tekst & Toebehoren)

De Nautische Safety Indicator van de Divisie Havenmeester geeft een goed beeld van de veiligheid van de scheepvaart in het Rotterdamse havengebied. Dat constateert de Inspectie Leefomgeving en Transport na onderzoek. De ILT wil dat er ook voor het spoor- en het wegvervoer zo’n methodiek komt.

Dat is een van de aanbevelingen uit het rapport de Staat van mainport Rotterdam 2021. Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat stuurde de rapportage maandag 17 mei naar de Tweede Kamer.

cover rapport De Staat van mainport Rotterdam 2021
De cover van de Staat van mainport Rotterdam 2021.

Scheepsongevallen

Met het uitbrengen van de Staat van mainport Rotterdam 2021 brengt de ILT voor het eerst alle informatie over risico’s en uitstoot bij elkaar in kaart. “Zo ontstaat een beter beeld van de veiligheid in de regio en de impact die alle bedrijvigheid heeft op de leefomgeving en het milieu.”

In de mainport gebeuren jaarlijks zo’n 115 scheepsongevallen met zee- en binnenvaartschepen. Voor de ‘nautische veiligheid’ hanteert de Divisie Havenmeester van het Havenbedrijf Rotterdam een methode om de veiligheid te duiden in een cijfer: de Nautische Safety Indicator.

Daarover is de ILT zeer te spreken: “Met betrokken partijen kan zodoende onder andere worden beoordeeld of het veiligheidsniveau voldoet aan de gemaakte afspraken, doelen en ambities. En waar concrete verbeterpunten nodig zijn. Voor het transport over het spoor en de weg zijn dergelijke afspraken niet gemaakt.” De ILT beveelt aan dat ook voor spoor- en wegvervoer een vergelijkbare methodiek wordt ontwikkeld.

De Divisie Havenmeester van Havenbedrijf Rotterdam maakt bij de registratie van scheepsongevallen onderscheid in aanvaring tussen schip-schip, schip-wal, door onbestuurbaar geraakte schepen (NUC), near misses (bijna-aanvaringen) en als een schip is losgeslagen van de wal of van het anker. Deze cijfers zijn van 2019.

Logistieke veiligheid

In de rapportage geeft de ILT de feitelijke resultaten van de periode 2017-2019 in het Rotterdamse havengebied en de aan- en afvoerroutes op het gebied van veiligheid en milieu. De Staat zoomt in op drie hoofdonderwerpen: de logistieke veiligheid, de externe veiligheid en de luchtkwaliteit. “De mainport blijft in de meeste gevallen binnen de gestelde normen, maar dat wil niet zeggen dat er geen incidenten gebeuren of ongevallen voorkomen”, aldus de ILT.

Het rapport laat zien dat er veel partijen bij het toezicht betrokken zijn. Een totaaloverzicht daarvan ontbrak. De optelsom van gegevens brengt risico’s beter én in samenhang in beeld, vindt inspecteur-generaal Jan van den Bos. “Het is hopelijk een opmaat voor verdere samenwerking en versterking van de keten. Ik nodig alle partijen dan ook uit om De Staat de komende jaren door te ontwikkelen. Zo kan er een nog beter beeld ontstaan van de veiligheid en duurzaamheid van de mainport Rotterdam.”

Binnenvaartschepen worden in Rotterdam gecontroleerd door de Divisie Havenmeester. Maar er zijn meer toezichthouders: Havenbedrijf Amsterdam, politie, Rijkswaterstaat en de ILT zelf. In 2019 waren er in totaal 6.348 controles.

Gevaarlijke stoffen

De hoeveelheden gevaarlijke stoffen die jaarlijks over de weg, het water en het spoor worden vervoerd, blijven binnen de vastgestelde grenswaardes, aldus de ILT. Deze grenswaardes zijn er om te voorkomen dat bij incidenten met deze stoffen een onacceptabel veiligheidsrisico ontstaat voor de omgeving. Bij het transport met gevaarlijke stoffen gebeurden in de mainport jaarlijks gemiddeld 26 ongevallen met gevaarlijke stoffen in bulk.

In de praktijk zijn bij het toezicht op het opslaan en transport van gevaarlijke stoffen verschillende partijen betrokken. Waar het toezicht overgaat van de ene naar de andere bevoegde autoriteit bestaat het risico dat het zicht en de grip vanuit de overheid op de risico’s vervagen, vindt de ILT. Daarom is er behoefte aan “een meer strategisch en operationeel afgestemde ketenaanpak in het toezicht en de uitwisseling van informatie”.

Uitstoot

De helft van de landelijke uitstoot van zwavel door bedrijven vindt plaats in het Rotterdamse haven- en industriegebied. De ILT: “Hiervan nemen de raffinaderijen het grootste deel voor hun rekening. Daar komt de uitstoot van de zee- en binnenvaartschepen nog bij.”

De mainport Rotterdam voldoet volgens de ILT aan de luchtkwaliteitsnormen voor stikstofdioxide (NO₂). Voor fijnstof voldoet de mainport aan de Nederlandse wettelijke normen, maar niet aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

 

Article bottom ad

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.