“We werken voor maar één partij: de schipper”

0

Wie Abri zegt, zegt Wim Onderdelinden. Als het gaat om inzicht in de economische positie van de (droge lading) binnenschipper is zijn autoriteit onomstreden. Administratie- en advieskantoor voor de scheepvaart stichting Abri bestaat dit jaar 40 jaar, waarvan 37 onder leiding van Wim Onderdelinden. Een gesprek met hem over 40 jaar Abri gaat over de binnenvaart van nu.

Op initiatief van toenmalig CBOB-secretaris Sijko Veninga werd 12 januari 1971 de stichting Abri opgericht. Hij zag dat onder schippers behoefte was aan een dienstverlening waar de bond zelf niet in kon voorzien. Johan Vredenburg, zoon van een CBOB-bestuurslid, trad in dienst van de stichting om schippers te ondersteunen bij de boekhouding. Hij kreeg een ruimte in De Veilige Haven, het Nederlands Hervormde schipperswelzijnshuis aan de Rotterdamse Heemraadssingel, waar de CBOB op de derde verdieping zat. Wim Onderdelinden was toen 17. Drie jaar later werkte hij bij accountantskantoor Paardekooper & Hoffman (het tegenwoordige Mazars) toen hij solliciteerde bij de stichting Abri om Johan Vredenburg op te volgen. “In een kamertje van 2 bij 3 meter, tegelijk werk- en ontvangstruimte.” Hij had niets met de binnenvaart, maar het was uitdagend genoeg. “Het leek me leuk.”
Een jaar later, in 1975, werd hij betrokken bij de oprichting van de Federatie van Schippersbonden, waarin een aantal organisaties de boeken in elkaar moesten schuiven: de Algemene Rijnschippersbond, de ASV, de CBOB en nog een aantal. De parallel met 2011 ligt voor de hand, want Onderdelinden is – bijna vanzelfsprekend – betrokken bij het klaarstomen van de deelnemende organisaties in de vereniging BinnenvaartUnie (voorheen Kantoor Binnenvaart), in voorbereiding op de transitie naar een nog bredere binnenvaartvertegenwoordiging. “In wezen is het nu overzichtelijker, omdat er minder partijen bij zijn betrokken, maar ook nu hebben we vier begrotingen waarvoor een verdeelsleutel moet worden bedacht. In ’75 hebben we wel dertig sleutels bedacht, waarvan er uiteindelijk één is gekozen. Een aantal bonden wilde de eigen identiteit niet kwijt.” Ook dat is herkenbaar in 2011. De huidige situatie roept bij Wim Onderdelinden nog meer herinneringen op aan de tweede helft van de negentiger jaren, toen alle organisaties samen zouden gaan in Binnenvaart Nederland. “Alles in elkaar schuiven vonden ze toen een brug te ver. Nu wordt er wel over gepraat. Eén grote club zal wel kunnen, maar niemand weet of de clubs hun identiteit verlaten. Ik denk dat het bijvoorbeeld mogelijk moet blijven voor de CBOB om een eigen jaarcongres te houden, maar je moet iets slims bedenken om alle werkzaamheden in één organisatie onder te brengen. Maar ik ga daar niet over.” Abri is de boekhouder/adviseur geworden van de BinnenvaartUnie. Hij is optimistisch over de groei van het ledenaantal als die eenheid eenmaal is bereikt. “Misschien is dat wensvol denken maar ik denk dat het kan en calculeer bij de begrotingsvaststelling voor de toekomst van de BinnenvaartUnie toch een zekere groei in. Ook omdat ik zie dat een nieuwe generatie de leiding van de belangenbehartiging overneemt.”

Klanten
Abri telt zo’n 400 binnenvaartondernemers onder de klanten (die aangeslotenen worden genoemd), merendeels droge lading-schippers. Lang niet allemaal CBOB’ers, hoewel het daar wel ooit mee moet zijn begonnen. “Nee. Vanaf dag één was het een algemene stichting. Ik heb zelfs geen idee of en waar de aangeslotenen zijn aangesloten.” Wim Onderdelinden laat zich niet verleiden om alleen maar over het verleden te praten. “De stichting Abri is zowel lid van KB als van het CBRB.” De Abri -aanpak sprak een brede groep schippers aan. De ‘natte boekhouder’ levert niet alleen een jaarrekening en de belastingaanslag. “Vanaf dag één hebben we ook geholpen met de begroting en indien nodig het ondernemingsplan vervaardigd en verdedigd bij de bank. Dat kan alleen als je verstand hebt van de branche. Het is nog steeds uitzondering maar bij een langdurige relatie gebeurt het wel dat we meegaan naar de bevrachter. Met name tijdens de crisis speelde dat. Afgaande op de reacties van bevrachters leek het alsof ze niet beseften hoe slecht het ging.” Dus voorzag Abri de schipper van bewijsmateriaal. “Normaal laat je de jaarrekening niet aan anderen zien, maar we hebben dat wel gedaan. Dat was overtuigend, hoewel de bevrachters voorspelbaar reageerden. Zij konden schippers vinden die wel voor dat tarief willen varen.” Helemaal zinloos was het echter niet. “Misschien dat er op de lange termijn begrip voor is dat je dat niet volhoudt met tonnen verlies.”
De banken geloofden het wel. “Die hebben zich tot nu toe ook aan de afspraak gehouden: geen massale veilingen. Bij de zes schepen die wel werden geveild, speelden ook andere factoren mee. Dat begreep ik wel.” Het is maar goed dat de banken toen het echt slecht ging, die aflossing niet bleven eisen, want dan hadden er wel vele worden geveild. “Er gingen stemmen op om dat te doen, want dan zou je die concurrenten mooi kwijt zijn. Maar niemand die er de verantwoordelijkheid voor wilde nemen wat er gebeurt als zoveel schepen voor een habbekrats weer op de markt komen.” Er is natuurlijk ook een keerzijde. “Als je je aflossing niet hoeft te betalen, kun je goedkoper varen…”

Nering
Banken eisen wel meer van binnenvaartondernemers als de schuld oploopt. “De tering moet naar de nering worden gezet, ook privé. Dan gaan gesprekken met de bank over de arbeidsongeschiktheidsverzekering, over de vakanties en nog veel meer.”
Het eerste halfjaar van 2011 ging het ineens beter. “Daar hadden we 1 januari 10 keer voor getekend. De aflossingscapaciteit was ineens veel groter. Er waren zelfs ondernemers die een stuk aflossing hebben ingehaald. Maar het was natuurlijk het lage water, meer niet. Op 30 juni was het afgelopen. De misère is natuurlijk niet voorbij.”
Wim Onderdelinden trekt het boetekleed aan bij vraag wie verantwoordelijk is voor de nieuwbouwgolf. “Schippers, banken, wij, we zijn allemaal schuldig. Wie mij kent, weet dat ik een veiligheidsmarge inbouw als ik een begrotingsplan maak, zodat niet bij de eerste de beste tegenwind het krediet wordt opgezegd. Maar een val van de vrachtprijzen van 30 tot 60% heb ik nooit begroot. Dan had je in 2007 geen loopplank meer kunnen financieren. Iedereen wilde zo graag, ga ik dan alleen tegenliggen met waarschuwingen dat de gasolie kan verdubbelen en vrachten halveren en als enige in Nederland met een advies kom dat alles best in elkaar kan donderen in een toekomst die ik niet ken. Dan had ik geen klant meer gehad. Ja inderdaad, dan was ik nu wel een visionair geweest.” Intussen ontwikkelt Abri een database van omzetten en vele andere kernbegrippen over de afgelopen vijf jaar. “Een overzicht waardoor je die knip die iedereen kent, ook ziet. Ik hoor al van NEA, banken, CCR en Brussel dat ze die cijfers wel willen zien.”

Persoonlijk
De Abri -aanpak omvat ook de zeer persoonlijke omstandigheden van de schippers. “Ik kan boeken schrijven over tragedies aan boord. Ik doe gemiddeld drie echtscheidingen per jaar. Dan zit ik middenin de emoties. Geen flitsscheidingen in de binnenvaart. Alles is verrekte ingewikkeld. Je bent vertrouwensfiguur. Sommigen vertellen meer tegen ons dan tegen hun familie.” Al vanaf 1974 mediation avant la lettre, altijd op zoek naar de oplossing voor de schipper en zijn onderneming. “Kijk, met de banken gaan we uitstekend om, maar op gezonde gespannen voet. Ik werk namelijk maar voor één partij: de schipper.” Tegenwoordig hoeft hij de schipper niet meer te vertellen ook iets te zeggen bij de bank. “Dat schippers kritischer zijn, is absoluut winst.”

Raadslid

Wim Onderdelinden is in Ridderkerk al 21 jaar raadslid voor het CDA, was 16 jaar fractievoorzitter. “Ik moest Jos Wienen in 2001 opvolgen toen die burgemeester van Katwijk werd, maar ik wilde niet hoewel ik het absoluut een uitdaging had gevonden. Het is een fulltime job en ik wilde verder met ABRI. Ik vind het leuk om raadslid te zijn. Bovendien veranderde Abri op dat moment. Het bestuur werd een Raad van Commissarissen (van oud-CBRB bestuurslid Bert Visser, CBOB-secretaris Henk van der Velde en oud-parlementariër Clemens Bosman – red.).” En de directie werd een driemanschap: Wim Onderdelinden, Remco Meijnders en Lucien de Boer. “Drie verschillende kwaliteiten. Wij veranderden niet in wat we willen doen voor de ondernemer.”

Article bottom ad

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.