De binnenvaart staat voor een systeemtransitie waarin digitalisering onmisbaar is. Maar zolang transparantie en datadeling gevoelig blijven, loopt de sector het risico marktaandeel te verliezen, waarschuwt voorzitter Jeroen de Haas van de Binnenvaarttafel. Volgens hem zet dan een reverse modal shift in. Reden te meer om een vervolg te geven aan het overlegorgaan.
Twee jaar overleg aan de Binnenvaarttafel heeft geleid tot meer verbinding en gedeelde inzichten, maar niet tot de concrete doorbraken waarop was gehoopt. Volgens Jeroen de Haas, voorzitter namens het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving, vraagt een systeemtransitie in de binnenvaart meer dan periodiek overleg. “Dan heb je mensen, middelen en een duidelijke uitvoeringsstructuur nodig.”
Echte voortgang
De Binnenvaarttafel werd ingesteld om langs vier pijlers richting te geven aan de toekomst van de binnenvaart: onderhoud van vaarwegen, ketenoptimalisatie, energietransitie en digitalisering.
Volgens De Haas zijn die thema’s gedurende de afgelopen twee jaar ook steeds leidend geweest. “Die vier punten zijn dominant geweest in al het overleg en hebben ook echt voortgang gekregen.” Tegelijk concludeert hij dat de tafel onvoldoende op koers ligt om van planvorming naar uitvoering te komen.

Die conclusie betekent voor De Haas geen afrekening met het instrument. Integendeel. “Ik ben eigenlijk nog steeds best positief over hoe het gegaan is.” Hij wijst erop dat de Binnenvaarttafel vier keer per jaar bijeenkomt en deels leunt op werkgroepen. “Wat mag je dan verwachten als het gaat om zo’n enorme systeemtransitie? Dat is wel een enorme uitdaging.”
Onderhoud vaarwegen
Met name over het onderhoud van vaarwegen ziet De Haas vooruitgang in de manier waarop partijen elkaar weten te vinden. “We hebben een heel open dialoog gehad met Rijkswaterstaat over de staat van de vaarwegen en de prioritering in het onderhoudsprogramma. Wat mij betreft ook met complimenten aan Rijkswaterstaat.” Ook over stremmingen en communicatie is volgens hem meer openheid ontstaan.
Op andere pijlers zijn eveneens stappen gezet, al blijven die volgens De Haas nog te abstract. Wie echte voortgang wil, moet volgens hem verder gaan dan overleg alleen. “Als je vier pijlers tot concrete resultaten wil brengen, moet je weten wat je gaat doen. Dan heb je een organisatiestructuur nodig met inzet van mensen en middelen. Dat is niet zo makkelijk, maar de eerste stappen zijn gezet.”
Geld én capaciteit
Die inzet ontbreekt nu te vaak, stelt De Haas. Daarbij gaat het niet alleen om geld, maar ook om capaciteit. “De belangrijkste bottleneck is middelen en menskracht, met inzet op gezamenlijkheid.” Dat geldt niet alleen voor de overheid. “Als ik het heb over inzet van middelen, heb ik het ook over inzet van middelen van de sector zelf.”
Digitalisering noemt De Haas geen losstaand thema, maar een randvoorwaarde onder vrijwel alle andere dossiers. “Een belangrijke stap is dat iedereen hetzelfde beeld heeft bij wat data is. Als je dat niet doet, kom je in de hele systeemdigitalisering gewoon niet
verder.” Wat op het eerste gezicht klein lijkt, is dat volgens hem niet. “Als je dat niet op orde hebt, kun je die systeemtransitie niet maken.”
Weerstand
Volgens De Haas geldt dat voor alle pijlers. “Bij onderhoud van vaarwegen en de communicatie daarover speelt digitalisering een grote rol. Bij energietransitie kun je het vergeten zonder digitalisering.”
Hij noemt als voorbeeld batterij-aangedreven schepen. “Dan moet je extreem goed weten waar je kunt laden, hoeveel kilometers je kunt varen, hoeveel energie je verbruikt. Zonder digitalisering wordt dat onbetaalbaar.”
Ook ketenoptimalisatie loopt volledig parallel aan digitalisering. “Zonder tijdig inzicht in wat er in de keten gebeurt, kun je die keten niet beter benutten.” Daarbij kijkt hij nadrukkelijk voorbij de binnenvaart alleen. “Als we de binnenvaart perfect organiseren, maar het laatste stuk vervolgens over de weg misgaat, schieten we nog steeds niets op. Daarom hebben we de verladers zo hard nodig.”
Weerstand tegen transparantie en datadeling is volgens hem niet uniek voor de binnenvaart. “Dat zie je bij elke systeemtransitie.” Tegelijk waarschuwt hij voor de gevolgen als die weerstand niet wordt overwonnen. “Wat gebeurt er als je het niet doet? Dan kiezen verladers op een gegeven moment voor andere modaliteiten, omdat de voorspelbaarheid van de binnenvaart de verkeerde kant op gaat. Dan zet die reverse modal shift door.”
Bal ligt bij IenW
De bal ligt nu nadrukkelijk bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De Haas is terughoudend over de vorm waarin de Binnenvaarttafel wordt voortgezet, maar zijn advies is helder. “Zet meer middelen in. Veel van die middelen zijn er nu al, maar ze moeten gericht worden op het samen verder brengen van het systeem.”
Hij waarschuwt tegen te korte tijdshorizonnen. “Ook over twee jaar hebben we niet alles geregeld. Je moet een langjarig perspectief geven.” Als dat niet gebeurt, ziet hij een risico voor de sector én voor Nederland. “Dan voltrekt die transitie zich alsnog, maar los van elkaar en niet in de keten.” Zijn zorg is dat Nederland dan een unieke modaliteit onvoldoende benut. “We hebben goud in handen met de binnenvaart, maar dan moet er wel wat gebeuren.”
Ondanks zijn kritische analyse overheerst optimisme. “Ik ben positief over de potentie van het systeem en over de werkkracht in de sector.” Die kracht moet volgens hem meer ten dienste komen van het collectief. “Dat vraagt samenwerking tussen ministerie, verladers en schippers.” Met één duidelijke wens: “Ik vind het heel belangrijk dat de energie erin blijft.”
Het ministerie heeft niet gereageerd op vragen van deze krant over het vervolg van de Binnenvaarttafel.









