Concrete resultaten blijven uit bij de Binnenvaarttafel, omdat het overleg vooral als overlegplatform is ingericht en het ontbreekt aan uitvoeringsmandaat, capaciteit, structurele financiering en een heldere organisatiestructuur. Dat schrijft voorzitter Jeroen de Haas in zijn eindrapportage: de onderlinge verbinding verbeterde de afgelopen twee jaar wel, maar de tafel blijft achter op de oorspronkelijke ambities.
Het eindrapport is gedateerd op 12 november dit jaar. Deze week maakte het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) het rapport openbaar, de OFL faciliteert de tafel. Voorzitter De Haas adviseert om de tafel in 2026 voort te zetten, maar dan wel om te vormen tot een steviger strategisch overleg met een heldere structuur, extra menskracht en meer middelen om projecten daadwerkelijk uit te voeren.
De Binnenvaarttafel is in 2024 ingesteld als onderdeel van de Actieagenda Toekomst Binnenvaart. Doel is om overheid en marktpartijen op vier thema’s gezamenlijk te laten optrekken: energietransitie, toekomstbestendige vaarwegen, ketenoptimalisatie en digitalisering. De Haas constateert dat deze thema’s nog steeds actueel zijn en dat de sector grote maatschappelijke waarde heeft. Tegelijk waarschuwt hij dat de huidige manier van samenwerken niet voldoende is om de uitdagingen op tijd en gecoördineerd aan te pakken – iets wat ook bleek uit de rondgang langs deelnemende marktpartijen die de Binnenvaartkrant vorige maand maakte.
- Lees ook: Binnenvaarttafel: verbinding gegroeid, resultaten beperkt
- Lees hier het eindrapport
Vertrouwen bouwen
Volgens de rapportage is in de afgelopen periode vooral geïnvesteerd in het opbouwen van vertrouwen, het openen van gesprekken die lang niet gevoerd werden en het vergroten van de onderlinge samenwerking. Dat wordt door alle betrokkenen als winst gezien. Toch merkt De Haas dat het momentum onvoldoende wordt benut. Werkgroepen, zoals die zich buigt over de diversiteit binnen de vloot, hebben de problematiek wel scherp in beeld gekregen, maar komen niet tot uitvoering. Reden is vooral het ontbreken van benodigde capaciteit en financiële ondersteuning.
De Haas schrijft dat de Binnenvaarttafel “onvoldoende op koers” ligt. De doelen zijn helder, de analyse is bekend, maar het ontbreekt aan een structuur die het mogelijk maakt om projecten ook daadwerkelijk te realiseren. De decentralisatie van verantwoordelijkheden, het vrijwillige karakter van de deelname en het gebrek aan beschikbare uren bij zowel overheid als sectorpartijen maken de uitvoering te langzaam en te versnipperd. Daarmee dreigt volgens hem het risico dat de energietransitie, digitalisering en andere grote opgaven zich voltrekken zonder dat de sector daar bewust invloed op heeft.
Financiering
Om dat te voorkomen adviseert De Haas om de Binnenvaarttafel door te ontwikkelen tot een centraal en strategisch overleg. In dat overleg zouden overheid en sector op gelijkwaardige wijze moeten deelnemen, met een duidelijke governance en een professioneel ondersteund programmabureau. De Haas pleit daarnaast voor structurele financiering van projecten, onderzoek en pilots, zodat plannen niet afhankelijk zijn van incidentele bijdragen of vrijwillige inzet. Daarmee ontstaat volgens hem een basis om maatregelen te versnellen, knelpunten te verhelpen en voortgang te monitoren.
Ook benadrukt De Haas dat de binnenvaart alleen toekomstbestendig kan worden als meer partijen aan tafel meedoen. In zijn rapport wijst hij erop dat bij het thema vaarwegen bijvoorbeeld ook recreatie- en waterbouwpartijen een rol spelen. In een vervolg op de Binnenvaarttafel zouden deze groepen nadrukkelijk moeten worden betrokken.
Versterkte vorm
Het succes van de toekomstagenda hangt volgens De Haas af van de mate waarin overheid en sector bereid zijn te investeren in een structurele aanpak. “Het momentum en de bereidheid zijn aanwezig”, schrijft hij. “Nu is het nodig om de samenwerking te versterken en de uitvoering te versnellen.”
Evofenedex, deelnemer aan de Binnenvaarttafel, roept het ministerie alvast op de Binnenvaarttafel ‘in versterkte vorm’ voort te zetten. Beleidsadviseur Ricky Voorn noemt de binnenvaart “een stille kracht met grote waarde voor Nederland” en waarschuwt dat het momentum niet mag weglekken nu sectorpartijen elkaar hebben gevonden. Volgens Evofenedex zijn extra tijd, inzet en budget nodig en steunt de organisatie de aanbeveling om te werken met duidelijke structuur en regie, voldoende capaciteit en budget en intensievere samenwerking tussen sector en overheid.
Als het ministerie het advies overneemt, krijgt de Binnenvaarttafel in 2026 een nieuwe vorm. Hoe die er precies uit gaat zien, is nog niet bekend.














