Tussenreis (7): Schip-Rivier 2-1 (eindstand)

0

Wat lees je in episode 7

We kennen Albertus’ lading – sinds Dordrecht – als spoorhout en spoorijzer. het Dorp Raalte is de bestemming.

Uit Het Utrechts Archief volgen de bestekken voor de opbouw van de spoorlijn Zwolle-Almelo in 1878. Logisch is het dat in dat jaar spoorhout en spoorijzer worden aangevoerd. De lijn werd geopend op 1 januari 1881, de meeste stationsgebouwen moeten dan nog gebouwd worden.

Paarden kunnen schepen jagen/voorttrekken. Zouden amazones en paarden er bezwaar tegen hebben om anno nu zeiljachten of bootjes met een touw de jachthaventjes in te trekken? ‘Op de motor’ is verleden tijd.

Couplet 48 galmt als een klassieker in 19e-eeuwse Impressionistische dichtkunst. Beeld je in dat de tijd pas verstreken is als de reis volbracht is. De tijd heeft geen invloed op een reis, denk ik.

Het energieverbruik bij het jagen van een volwaardig 21e-eeuws binnenvaartschip, Karel Knip schreef erover in NRC.

‘Jagen 2.0’, kan een Technische Hogeschool of Universiteit de haalbaarheid onderzoeken?

 

Sander Geel

 


 

 

Episode 7            Schip – Rivier, 2 – 1 (eindstand)

 

42
Wij kwamen vergezeld met schepen,
En ja, die waren, laat eens zien,
Ik weet nog wel, een meer dan tien.
Als visschen hingen wij aan reepen,
Des middags, kwart voor vijf, zo wat
Was zij, met ons allen aan de “Stad”.

43
De tijd van onzen reis, te weten,
Lag niet zoo in een kort bestek,
Althans dat komt hier niet zo krek,
Was veertien dagen van versleten,
En noch de losplaats niet in ’t zicht,
Hoewel wij zagen meerder licht.

44
Nu nog wat eer wij gingen sleepen,
Toen draaide reeds de wind ook mee,
En wij inwendig half tevree,
Werd later door ons wel begrepen,
Van achter nu de zaak beschouwd,
Heeft ons wel eenigsins berouwd.

45
Had nu de wind zuidwest gebleven
Dan was ze goed voor ons geweest.
Naar “Raalte”, maar zo gaat het meest.
De wet, zij werd ons voorgeschreven
De wind was oost, vlak voor de boeg
Daar kwamen wij, al weer zo vroeg.

46
Wat hielp het, om al weer te werken
En brengen één voor één vooruit
Dan maakten we ook geen groten buit
Of zou ons niet tot heil bewerken
Wij jaagden dus met dat akkoord
Tezamen met elkaar toen voort.

47
De jager goed bekend met ’t jagen
Sloot zijn paarden in ’t gareel
Hij kreeg van ieder evenveel
Hij moest de dieren wel eens plagen
In zover, om de wind en stroom
Wel vaak eens rukten aan haar toom.

48
Nu was de reis om zo te spreken
Weldra gebeurd, noch niet geheel,
De afstand was voor ’t grootste deel
Nu afgelegd, de tijd verstreken
De zon zonk aan de kimmen neer
En onzen jager, joeg niet meer.

 

(Copyright Albertus Geel)

 

Tussenreis-episode-7

(foto Michel van Kooten. Meer foto’s)

 

 

Volgende week: episode 8 Werkdag op een landfeest

 

Article bottom ad

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.