Dertien bruggen en viaducten in Nederland moeten versneld worden vervangen. Hun veiligheid is in het geding door ‘waterstofverbrossing’. Dat blijkt uit een inventariserend onderzoek door Rijkswaterstaat. Aanleiding voor de inventarisatie was het instorten van de Carolabrug in Dresden op 11 september 2024.
Daar was ‘waterstofverbrossing’ de hoofdoorzaak. Dat is ontstaan door het gebruik van voorspanstaal. Bij dertien Nederlandse bruggen en viaducten is dat ook toegepast. Dat schrijft Minister Barry Madlener van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer.
Scheurtjes
Uit Duits onderzoek naar het instorten van de Carolabrug blijkt dat de hoofdoorzaak “waterstof geïnitieerde spanningscorrosie” is, aldus Madlener. Dit proces wordt waterstofverbrossing genoemd. Hierbij ontstaan in het staal kleine scheurtjes door corrosie vóór het aanbrengen van de corrosiebescherming.
Bepaalde type staalsoorten die werden gebruikt in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw kunnen in meer of mindere mate gevoelig zijn voor waterstofverbrossing. Dan is er een verhoogde kans op scheurvorming, “waardoor de wapening zijn functie verliest en de constructie zou kunnen bezwijken”, schrijft de minister.
Geen acuut veiligheidsrisico
Naar aanleiding van het incident in Duitsland heeft Rijkswaterstaat bruggen en viaducten geïnventariseerd waarin voorspanstaal is toegepast, dat mogelijk gevoelig is voor waterstofverbrossing. Rijkswaterstaat heeft dertien van dit soort objecten in beheer.
Madlener: “Het exacte staaltype en de methode van verwerking van het staal tijdens de bouwfase zijn belangrijke aspecten die (ook al eerder) onderzocht zijn om vast te stellen of er een vergelijkbare situatie zou kunnen voorvallen zoals in Dresden. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen voor een acuut veiligheidsrisico, aangezien de specifieke combinatie van staaltype en de methode van verwerking van staal waarvan sprake was bij de Carolabrug, bij de Nederlandse bruggen en viaducten niet aanwezig is.”
Prioriteit
Na het eigen onderzoek heeft Rijkswaterstaat TNO, TU Delft en TU Eindhoven om een second opinion gevraagd. Die bevestigt volgens Madlener dat er geen directe beheersmaatregelen benodigd zijn, zoals het beperken van het verkeer.
Er worden vijf aanbevelingen gedaan om eventuele veiligheidsrisico’s tijdig het hoofd te bieden: inspectie, monitoring, vaststellen type staal, aanvullende rekenkundige beoordeling en eventueel versterken van de brug of het viaduct. “Rijkswaterstaat volgt deze aanbevelingen op”, aldus Madlener. “Uiteindelijk zullen de betreffende bruggen en viaducten van Rijkswaterstaat vervangen gaan worden, waarbij deze objecten prioriteit krijgen in de planning om ze met voorrang te gaan vervangen.”
Volgens Rijkswaterstaat is het zaak de bruggen en viaducten binnen vijf jaar te vervangen. Het gaat om twee bruggen over vaarwegen: de Algerabrug over de Hollandse IJssel en de Oosterhoutse Brug over het Wilhelminakanaal.
Inspecties
Madlener benadrukt nog “dat Nederlandse bruggen en viaducten veilig zijn en er regelmatig inspecties plaatsvinden. Als er een risico optreedt, neemt Rijkswaterstaat beheersmaatregelen, zoals vrachtwagens tijdelijk laten omrijden, de snelheid tijdelijk omlaag brengen of soms een constructie onder een brug plaatsen totdat de brug gerenoveerd of vervangen is. Op deze wijze wordt de veiligheid van onze bruggen en viaducten geborgd zodat deze veilig gebruikt kunnen blijven worden, nu en in de toekomst.”