
‘Op het hoofdvaarwegennet wordt de betrouwbaarheidsnorm van Rijkswaterstaat voor onverwachte storingen inmiddels met een factor 6 overschreden. De beschikbare middelen in de komende jaren zijn onvoldoende om de opgebouwde onderhoudsachterstand weg te werken. Dit is onhoudbaar en brengt de bevoorrading van ons land in de problemen.’ Dat schrijft de Logistieke Alliantie in een brief aan de Tweede Kamer vooruitlopend op het debat maritieme zaken dat 29 januari plaatsvindt.
Dit is de integrale tekst van de brief:
“Zeevaart, zee- en binnenhavens en binnenvaart vormen onmisbare schakels in de logistieke ketens van Nederland en West-Europa. Wereldwijd wordt 90% van alle internationaal verhandelde goederen per schip vervoerd, van grondstoffen en halffabricaten tot eindproducten.
Zonder betrouwbare maritieme logistiek komen woningen, de energietransitie en de bereikbaarheid van Nederland in de knel, en ook voor de weerbaarheid van Nederland is scheepvaart cruciaal. Dat vraagt om structurele en samenhangende aandacht van de politiek. In aanloop naar het commissiedebat Maritiem vraagt de Logistieke Alliantie uw aandacht voor de volgende punten:
Betrouwbare infrastructuur als randvoorwaarde
Logistiek kan niet functioneren zonder een adequate infrastructuur. De Nederlandse infrastructuur staat al jaren onder druk en de betrouwbaarheid neemt structureel af. Op het hoofdvaarwegennet wordt de betrouwbaarheidsnorm van Rijkswaterstaat inmiddels met een factor 6 overschreden (bron: RWS Staat van de Infrastructuur 2025). De beschikbare middelen in de komende jaren zijn onvoldoende om de opgebouwde onderhoudsachterstand weg te werken.
Wij vragen op korte termijn in ieder geval voldoende middelen beschikbaar te stellen om verdere achteruitgang te stoppen en vanaf 2026 een verslechtering van de bereikbaarheid te voorkomen. Zonder deze ingreep wordt de betrouwbaarheid van vervoer over water verder aangetast, met directe gevolgen voor logistieke ketens en de bereidheid van verladers om voor water te kiezen.
Een sterke Nederlandse vloot voor strategische weerbaarheid
Nederland verliest snel terrein in aandeel in de zeegaande wereldvloot, terwijl een grote vloot onder Nederlandse vlag juist essentieel is voor onze economische en strategische weerbaarheid. Landen als Denemarken en Noorwegen versterken juist hun maritieme positie. In 11 jaar tijd daalde het Nederlandse aandeel met 24,8% in aantal schepen en zelfs 41,8% in bruto tonnage. Zonder ingrijpen zal deze trend zich voortzetten, met op termijn een verzwakking van de maritieme keten, verlies van economische activiteiten en werkgelegenheid, afnemende internationale invloed, grotere afhankelijkheden en kwetsbaarheid voor defensie.
Het is dan ook van belang dat de Nederlandse vlag groeit, door het varen onder Nederlandse vlag aantrekkelijker te maken. Hiervoor is meer structurele financiering (3,4-3,7 mln per jaar) voor de Nederlandse Maritieme Autoriteit (NLMA) nodig. Na een positieve evaluatie (80% van de sector geeft aan in de NLMA een (hele) sterke toegevoegde waarde te zien) heeft de NLMA haar meerwaarde bewezen als regisseur van maritiem beleid en de uitvoering ervan.
Beter benutten van bestaande infrastructuur
Zolang uitbreiding van infrastructuur en het oplossen van knelpunten beperkt mogelijk is, is het beter benutten van de bestaande infrastructuur geen keuze maar een noodzaak. Voor multimodale ketens die gebruikmaken van vervoer over water is het essentieel dat planbaarheid en flexibiliteit minimaal op het niveau van het wegvervoer liggen.
Dit vraagt om een aanpak waarbij uitval door storingen van kunstwerken niet leidt tot verstoringen in ketens. Verladers willen waar mogelijk gebruikmaken van multimodaal vervoer over water, maar alleen wanneer de betrouwbaarheid aan de normen voldoet en productie- en logistieke processen niet in gevaar brengt.
Multimodaal vervoer: publiek belang vraagt publieke inzet
Multimodaal vervoer dient niet alleen een economisch, maar ook een maatschappelijk belang: het draagt bij aan het verminderen van congestie, emissies en ruimtegebruik. Het ligt dan ook voor de hand dat de rijksoverheid dit actief stimuleert en faciliteert.
Een dekkend netwerk van overslaglocaties en betrouwbare vaarwegen vormt hierbij een eerste voorwaarde. Tijdelijke bijdragen van de rijksoverheid in de kosten van overslag in multimodale ketens hebben bewezen effect en blijven noodzakelijk. Wij pleiten voor voortzetting én verbreding van deze instrumenten naar alle relevante goederenstromen.
Het versterken van emissiearme multimodale ketens vraagt om een brede uitrol van walstroom, zodat schepen in de zeevaart de first en last mile volledig elektrisch kunnen varen. Daarbij is het essentieel dat er voldoende beschikbare en betrouwbare walstroomaansluitingen zijn, zodat emissies in havens daadwerkelijk kunnen worden teruggedrongen.
Verduurzaming vraagt consistent en voorspelbaar beleid
De transitie naar schonere brandstoffen is cruciaal, maar de beschikbaarheid ervan én de benodigde infrastructuur zijn op dit moment hoogst onzeker. Zonder zekerheid over leveringsketens, voldoende bunkervoorzieningen en betaalbare en schonere transitiebrandstoffen, zoals FAME en HVO, is het voor rederijen lastig om duurzame keuzes te maken.
De recente invoering van RED III voor de scheepvaart (zowel binnenvaart als zeevaart) heeft in de praktijk een averechts effect: door de verdubbeling van de HVO-prijs per 1 januari 2026 wordt zowel het behalen van de doelen als het pad daarheen onzeker. Dit vraagt met prioriteit om duidelijke en uitvoerbare afspraken. Daar komt bij dat varen op duurdere, schonere brandstoffen in een zeer competitieve markt nauwelijks haalbaar is zonder een gelijk speelveld. Daarom is internationaal een mondiale beprijzingsvorm voor de zeevaart via de IMO (Net Zero Framework) nodig, zodat wereldwijd dezelfde regels gelden. Europees moeten ETS-gelden terugvloeien naar verduurzamings- en innovatieprojecten, zodat de sector daadwerkelijk kan blijven investeren in de energietransitie.
De doelstelling om in 2030 minimaal 150 emissieloze binnenvaart te hebben dreigt buiten bereik te raken. Wij roepen op om te analyseren waar de knelpunten zitten en om naast subsidieregelingen voor ontwikkeling en aanschaf ook te kijken naar eventuele ondersteuning aan de exploitatiekant.
Randvoorwaarden moeten nu op orde worden gebracht: investeer in infrastructuur, schaal de beschikbaarheid van schonere brandstoffen op en stimuleer innovatieve oplossingen, zoals nucleaire voortstuwing. Alleen zo kan de maritieme sector de energietransitie waarmaken.
Welke organisaties vormen de Logistieke Alliantie?
Koninklijke Binnenvaart Nederland, Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders, Nederlandse Vereniging Binnenhavens, Transport en Logistiek Nederland, Evofenedex, Havenbedrijf Rotterdam, Havenbedrijf Amsterdam, Prorail, Bouwend Nederland, Deltalinqs, Vereniging Inland Terminal Operators , Air Cargo Netherlands, VNO-NCW, MKB-Nederland, ORAM.












