Hoe verging het de schippers en schepen van Bergen op Zoom?

0

Onlangs startte Kees Touw een website over de geschiedenis van de schippers en schepen van Bergen op Zoom. De maker behandelt de periode van 1812 tot 1940. Hij beperkt zich niet tot de plaatselijke geschiedenis. Aangezien de schippers na 1866 de regionale vaart verlieten en zich steeds meer gingen bezighouden met de internationale vaart, komen ook veel aspecten van de Nederlandse binnenvaart in het algemeen aan bod.

De scheepstypen die de Bergse schippers in de loop der jaren gebruikten, worden uitvoerig beschreven. Op de site wordt duidelijk uitgelegd wat bijvoorbeeld het verschil is tussen een tjalk en een otter.

In 1878 laat een schipper als eerste Bergenaar een ijzeren Rijnzeilschip bouwen. Het was niet zomaar een schip, maar met 400 ton meteen de grootste stevenaak die ooit gebouwd is.

 

Armoede

“In veel binnenvaartliteratuur wordt aangenomen dat het moment dat de schippers hun gezin aan boord krijgen te maken heeft met de hoge kosten van een huis aan de wal. Dat het te maken had met armoede. Ik denk dat het iets genuanceerder ligt”, aldus Touw. Hij is kunstenaar van beroep en komt zelf uit een schippersfamilie die Bergen op Zoom als thuishaven had.

“Er zijn voorbeelden te over van Bergse schippers, maar ook van een aantal Bergse vissers, die eerst een klein (huur)huis hebben en op een gegeven overgaan van een kleine tjalk of hoogaars naar een klipper, kempenaar of middelgroot Rijnschip. De woonruimte die zij dan aan boord hebben, is groter dan die aan de wal. Ik kan dit niet zien als een achteruitgang.”

“Waarschijnlijk is de aandacht voor armoede bij binnenschippers altijd zo groot geweest doordat er veel aandacht was voor de omstandigheden van schippers met kleine schepen in het noorden van Nederland.”

Een door Kees Touw geschilderde kop van het scheepstype otter.

Vrijschippers

Een ander onderwerp waarnaar op de website anders wordt gekeken, is de aanname dat pas na het opheffen van de beurtvaartbepalingen de vrije vaart is ontstaan. “De vrije vaart is al heel oud. De vrije vaart werd vroeger bedreven door zogenoemde vrijschippers die de ‘brede beurt’ bedreven. Waarschijnlijk is de term ‘brede beurt’ altijd opgevat als beurtvaart. Maar eigenlijk was het een vroege vorm van evenredige vrachtverdeling.”

“Je moest in de achttiende eeuw als vrijschipper wel ingeschreven staan bij en contributie betalen aan het schippersgilde en vak­bekwaam zijn om deel te mogen nemen aan het vrachtvervoer. Ook het schip waar je mee voer, moest aan bepaalde eisen voldoen. Het gilde hield bij wanneer een schip was leeggekomen en zorgde ervoor dat degene die vóór jou gelost was ook eerder een lading kreeg aangeboden. In steden als Zierikzee, Rotterdam en Bergen op Zoom is het aantal vrijschippers altijd groter geweest dan het aantal beurtschippers.”

 

Schippersfamilies

In het midden van de 19e eeuw werd het censuskiesrecht ingevoerd. Touw “Dat hield in dat je een bepaald bedrag als inkomen moest hebben om mee te mogen doen. In Bergen op Zoom bezaten in 1850 in totaal 379 personen het kiesrecht, dat was 4,5 procent van de bevolking. 22 van hen waren schipper. Het gaat misschien te ver deze schippers in te delen bij de welgestelden, maar ze kunnen zonder meer gerekend worden tot de redelijk gegoede lieden.”

Op de website staat een overzicht van Bergse schippersfamilies. De grootste drie zijn Van Dort, Schot én Touw. Kees Touw haalde ook de gegevens van bijna vijftig andere families boven water.

 

Article bottom ad

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.