Jupiter: functioneel tot op de kiel

0
mts Jupiter
(foto Johan de Witte)

Volgens de mythologie had Jupiter veel minnaressen. Ook dit mts Jupiter is 110 x 11,45 meter verleiding: strak tot onder de platen, ontworpen en geleverd door RensenDriessen Shipbuilding, gebouwd in Turnu Severin, afgebouwd door OSO Scheepsonderhoud met technische medewerking van AM Bruinsma, de firma die tekent als opdrachtgever. De tanker trekt een BFT Tanker Logistics vlag in de mast.

Wanneer je met Bart Bruinsma een rondje over zijn bedrijf en het nieuwe mts Jupiter loopt, lijkt dat meer op een excursie. Foto’s en andere attributen maken sfeer in het kantoor, de kantine oogt als een bistro, de hal met oude motoren – waaronder een Bernhard en een liggende Deutz – concurreert met een museum. In het magazijn, de elektrowerkplaats, lashal en draaierij kijk je je ogen uit. De hoeveelheid reserve, nieuw en oud materiaal, verven en accu’s verbazen. Alles voor de schepen! 

Nergens blijft water staan

Veel is net even anders. Eenmaal aan boord van de Jupiter zie je hoe het leidingwerk aan dek gebeugeld is bijvoorbeeld, er met bochten is gewerkt voor demonteren. Dat van ‘die flenzen wring je wel een beetje uit elkaar om een pakking te vernieuwen’ is hier uit gestuft. Het systeem heeft een grotere Heatmaster-ketel, dikkere leiding aan dek, waarvan ook meer in de tanks om snel te kunnen verwarmen. 

Jaap Oonincx van OSO Scheepsonderhoud, onder andere bekend van Liquid Control Trading en Dutch Well Pumps, is bij deze afbouw met zijn team prominent van de partij. We zien OSO-deepwellpompen en een reserve centrifugaal die vervangt als er één weigert. Twee kingsize warmtewisselaars leveren warmwater om in drie uur de negen tanks te butterwashen. 

Natuurlijk kan het los- en laadproces aan dek gedirigeerd worden. Er is geen hoekje waar water blijft staan. Waar vergeten is een waterdoorvoer te maken, wordt dat met rvs herstelt. Traptreden zijn over het hele schip, roosters. Elke rvs bolderpin en kleine bolders komen uit eigen werkplaats. Dijvler Materiaal leverde de ankerlier met rvs vangen. 

(foto Johan de Witte)

Eenvoudig slim

We duiken de twee verdiepingen tellende voormachinekamer in: een groot rooster in het midden van de vloer geeft zicht en licht, evenals ruimte. Eenvoudig slim! Een liggende verwarmingsketel, het handig weggewerkte drukvat, indrukwekkende elektrokasten van Dutch Electric in samenwerking met Popel Elektro laten nog veel ruimte over. De kasten zijn wat naar voren geplaatst zodat er achter een ‘straatje’ met negen frequentieregelaars ligt. Handig, creëert veel ruimte! 

Beneden een Van Tiem-kopschroef van 1,20 meter, waarvan de kabelrail opnieuw naar voren is geplaatst, zodat erachter ruimte blijft voor andere equipment. Met een Cat C18-generator voor het pompbedrijf en boegschroef plus een John Deere is het hier wel compleet. 

Op weg naar achteren zien we nog wat werk uit eigen werkplaats, ontmoeten we neef en kapitein Albert Bruinsma en zijn dochter Aliana. Zij kiest voor scheepvaart terwijl haar studie op koers lag voor een kantoorbaan. Ook horen we later een accent van de Balkan… “Al elf jaar bij de firma”, meldt hij.

Hobby en passie

Bart is een mentor voor zijn medewerkers, hiërarchie kent de BV Bruinsma niet. Dat bepaalt ook de indeling van de door Hoogendoorn fraai gerealiseerde verblijven en het stuurhuis (van Alubouw de Mooy). Niks twee woningen, maar ieder een slaapkamer, een gezamenlijke keuken en living. Alleen in een kamertje appen draagt niet bij aan de werksfeer vindt hij! Bij elkaar, met elkaar!

De lessenaar van Hoogendoorn, door DMT geleverde apparatuur en royale kitchenette trekken hier iedere criticaster over de streep. De stuurstoel is dermate origineel dat de clou hiervan verraden niet terecht zou zijn. Slechts eigen waarneming toont de unieke gebruiksaanwijzing.

We kijken nog even bij de Caterpillar 3512C, praten over de geveegdheid van het achterschip, dat met de schuine frames meelopende aluminium beplating maar net voldoende ruimte naast de motor laat. Voordat we op de loopplank staan, valt de autokraan op in het midden van de achterboeiing.

(foto Johan de Witte)

“Dat geeft meer dekruimte en eenzelfde reikwijdte aan bak- en stuurboord. De ervaring van de bemanning was daarbij bepalend. Een schip is nooit perfect, je blijft in de praktijk voortdurend aanpassen.” 

Op de vraag hoe lang de andere schepen nu in de vaart zijn, antwoordt Bart Bruinsma: “De
Primera alweer dertien jaar geleden, de Bacchus tien en de Pluto negen jaar. Intussen hebben we vier schepen verdubbeld en zelf een duwboot aangepast.” 

Hij wijst op een fraai model sleepboot: ”Die hebben we een nieuwe opbouw gegeven, er staat 1.140 pk Cummins in, hij loopt als een kogel. Het is geen boot meer om in bedrijf te nemen, hoewel… je weet het nooit.”

“Ontwikkelen, een schip ver- of afbouwen is het liefste wat ik doe. Veiliger, schoner, beter, duurzamer en of de jongens er mee kunnen werken, heeft daarbij altijd de aandacht.”
Je kunt het zien, de Jupiter bewijst het!

tekst: Johan de Witte
Article bottom ad

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.