
Er moesten nieuwe banden onder onze bijna zeven jaar oude stationcar. Sinds jaar en dag laat ik 4-seizoenenbanden monteren. Makkelijk, hoef je niet steeds te wisselen en handig als je eens een dag naar een kerstmarkt in Duitsland gaat. Daar geldt een verbod op zomerbanden als de omstandigheden winters zijn. Klinkt logisch. Toch besloot ik afgelopen november toch maar zomerbanden te laten monteren. ‘Lekker comfortabel en wanneer sneeuwt het nou nog tegenwoordig?’
Begin januari kwam ik van de koude kermis thuis: een pak sneeuw zoals er lang niet was gevallen. Dus voorzichtig aan dan maar en alleen de deur uit als het echt moest. Het viel mee, rustig gas geven en afstand houden is dan het devies. Bovendien was er gestrooid. Op grote schaal veranderden zout en pekel het smetteloos wit in een bruine, goed berijdbare drab.
In veel landen strooit men bij gladheid zand of fijn grind, in Nederland bij voorkeur niet omdat dit materiaal in het ZOAB gaat zitten. U weet wel, dat zeer open asfaltbeton. Daarom strooien we zout, afkomstig uit Duitsland of Egypte.
Jaarlijks gemiddeld zo’n 70 miljoen kilo. Ik zou zeggen 70.000 ton, maar goed, in persberichten wordt vaak de kilo als eenheid gebruikt omdat mediaconsumenten zich dan een voorstelling kunnen maken van de hoeveelheid. Een kilozak JOZO-keukenzout en dat maal 70 miljoen, evengoed onvoorstelbaar natuurlijk, maar oké. Als een tankschip 2 miljoen liter olie verliest, klinkt dat indrukwekkender dan 2.000 ton. En bij bosbranden wordt de verloren gegane oppervlakte vermeld in aantallen voetbalvelden of een deel van de provincie Utrecht in plaats van vierkante kilometers. Waarom?
70.000 ton zout is trouwens best veel. Toch een flink zeeschip vol en dat ieder jaar weer. Het verdwijnt na een tijdje in de riolen maar ook in de bodem. Wat ik daar lastig aan vind is het volgende: bij de ontwikkeling van bouwlocaties en infrastructuur is er vrijwel altijd ophoogzand nodig. Dat materiaal moet volgens het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) voor gebruik in vrijwel heel Nederland worden ontzilt volgens verschillende normeringen als het in zoutwatergebied wordt gewonnen. Dit moet worden gedaan en uitgevoerd op de speciaal ingerichte schepen die het transporteren. Voor lossing wordt gecontroleerd of het zand aan de norm voldoet.
De logica hiervan ontgaat me, althans voor de wegenbouw: ‘Haal het zout uit de onderlaag en gooi er ieder jaar een veelvoud van dat zout overheen.’ Van schippers op beunschepen wordt verwacht dat ze ophoogzand niet alleen droog maar ook voldoende ontzilt voor de kant brengen, zonder extra vergoeding. Alles bij de vrachtprijs inbegrepen, vanzelfsprekend (!)












