Dalend ledental baart Koninklijke Schuttevaer zorgen

0

Koninklijke Schuttevaer telt nog slechts rond de 1.400 A-leden. “En de komende jaren zullen nog veel meer schippers uittreden”, verwacht Peter de Jonge, voorzitter van afdeling Utrecht. “Doemdenkers voorspellen een afname van 70 procent. Ik hoop dat het beperkt blijft tot 40 procent van de A-leden” De daling mist zijn uitwerking op de financiën niet: “Er is inmiddels over 2011 en 2012 een begrotingstekort van rond de 100.000 euro’”, aldus De Jonge.

Het 80-jarig bestaan van Schuttevaer-afdeling Utrecht begon 30 december sober met een herdenking van de 11 augustus overleden vicevoorzitter Piet Nobel. Zijn plek aan tafel werd na de herdenking ingekomen door Anna Smink Scheijgrond. Ook de rest van de bijeenkomst werd sober gehouden. De Jonge: “Ik maak me zorgen om de toekomst van Schuttevaer. Afgezien van het dalende aantal leden speelt ook mee dat Rijkswaterstaat een subsidie van rond de 60.000 euro niet meer verstrekt. Dat maakt het nog moeilijker om de begroting sluitend te houden.”

Ernstige zorgen
Als alle schippers en medewerkers van de circa 6.500 binnenvaartschepen die in Nederland varen lid waren, zou geen sprake zijn van financiële problemen voor de vereniging. “Maar dat is helaas niet het geval”, stelde De Jonge. “Minder dan een vijfde van de schippers is lid en velen daarvan zijn al op leeftijd.”
De Jonge maakt zich ernstige zorgen over de toekomst van de vereniging en daarmee ook om de toekomst van de schippers. “Er ligt nog enorm veel werk voor vereniging Schuttevaer. Denk aan de dreigende aanpassing van de Akte van Mannheim waarbij Duitsland een tolheffing wil invoeren om de kosten voor beheer en onderhoud van de rivieren te dekken. Volgens de Akte van Mannheim echter is er een vrij verkeer van goederen en personen en mag er geen belasting worden geheven. Denk ook aan tal van technische eisen die mogelijk worden ingevoerd en belastingen op gasolie waarover wordt gesproken. Bij dergelijke onderhandelingen sta je sterker als je samenwerkt.”

Zwartsluis
Dat er veel werk te doen is, merkt Anna Smink Scheijgrond, regiovertegenwoordigster voor Centraal- en Oost-Nederland. “Ik noem slechts een paar punten van een vrijwel oneindig lange lijst. Er is voortgang bij de Meppelerdiepsluis. Een succes, mede dankzij de medewerking van Rijkswaterstaat Utrecht, is het later wisselen van de deuren in de Beatrixsluis, dit vanwege het lage water. In de IJssel zijn achttien ondieptes gebaggerd.”

Leny van Toorenburg maakte duidelijk dat de beslissing om de bilgeboot niet meer op het Amsterdam-Rijnkanaal in te zetten definitief is. (foto E.J. Bruinekool Fotografie)

Het beangstigt Smink Schreijgrond dat overheden steeds vaker werk en verantwoordelijkheden uitbesteden aan het bedrijfsleven, bijvoorbeeld bouwbedrijven. “Deze bedrijven hebben over het algemeen minder verstand van de maritieme wereld.” Een gemeente die het volgens haar uitstekend doet, is Zwartewaterland. “Vanwege vier nieuwe ligplaatsen nabij winkels en een artsenpraktijk in Zwartsluis en het regelen van vele andere belangrijke zaken voor schippers kreeg die gemeente van mij de Sociale Hotspot voor de Binnenvaart 2011 overhandigd.”

Spudpalenproef
Aan de proef met ligplaatsen met spudpalen op het Amsterdam-Rijnkanaal deden slechts 21 schepen mee, vertelde Hans Vroegop namens Rijkswaterstaat. ”Dit lage aantal maakt het onmogelijk om het effect op de bodemgesteldheid te kunnen beoordelen. We verlengen de proef.”
Positief nieuws voor de scheepvaart op het Amsterdam-Rijnkanaal was er ook, zoals de verruiming in 2013 van stuw Zeeburg en het feit dat de minister binnenkort beslist over de uitvoering van de derde kolk bij de Beatrixsluis. “Is die beslissing positief, dan kunnen wij in 2015 starten met de realisatie daarvan.” Ook is er subsidie beschikbaar gekomen voor het ontwikkelen van een haven bij industrieterrein ’t Klooster bij de Beatrixsluis in Nieuwegein.

Bilgeboot
De schippers bleken boos over het verdwijnen van de bilgeboot op het Amsterdam-Rijnkanaal. “Wij moeten betalen voor afgifte en dan hebben wij recht op een afgiftepunt”, was het standpunt van diverse aanwezigen. Leny van Toorenburg, hoofd nautisch-technisch secretariaat van Koninklijke Schuttevaer liet weten dat dit een gepasseerd station is.
Een andere, steeds terugkerende discussie, betrof de snelheid op het Amsterdam-Rijnkanaal. Een woordvoerder van de politie stelde dat bij controles slechts een enkel schip te hard voer. “Het gaat niet alleen om snelheid maar ook om snelheid in combinatie met de natte doorsnede”, reageerde een van de aanwezigen, waarna ook anderen zich in de discussie mengden.
Het merendeel van de schippers kan zich vinden in de opvatting dat 18 kilometer per uur te hard is op delen van het Amsterdam-Rijnkanaal en dat zeker voor grote schepen een limiet van 12 kilometer per uur in de buurt van lig- en losplaatsen beter zou zijn om overlast te beperken.

(Evert Bruinekool)

Article bottom ad

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.